Vrouwe Zotheid over Desiderius Erasmus

Vrouwe Zotheid over Desiderius Erasmus

Ik zie de aandacht in het hart.
Hij componeert in heldere lijnen.
Ik zie de pijn die hem verwart.
Ik zie zijn eeuwigheid van rust
een brandend vuur dat niemand blust,
een geestesvuur dat wakker kust.

Uren, weken, maanden, eeuwen.
Muggen, vliegen, mussen, spreeuwen.
Steeds staat hij stil en doet zijn werk.
een zonderling, los van de kerk.
Hij steekt en zoemt, hij tsjilpt en schijt.

Hij was beroemd en werd benijd,
determineerde nevelvlekken,
nam een nieuwe wereld waar.
De laatste scheiding van het leven,
het koud fragment van overgang,
verlossing van de tollenaar.
Hij had de Zotheid in de ziel.
Hij hield de handen altijd open.
Zijn geest is dood. Zijn geest staat open.

(bron: Toneelstuk ‘Erasmus en zijn Zotheid’. Epiloog. De Witte Uitgeverij, Leiden 2011)

Zie "Erasmus en zijn Zotheid" onder Publicaties

Terug naar overzicht gedichten